Eos Blogs

Vrijwillige terugkeer van migranten is zelden echt vrijwillig

Elk jaar verlaten duizenden mensen zonder verblijfsrecht België via wat de overheid “vrijwillige terugkeer” noemt. Achter de schermen van de terugkeerloketten ontdekte ik hoe empathische gesprekken en wettelijke druk naadloos in elkaar overlopen.

Abdou schuift zenuwachtig heen en weer op zijn stoel. In zijn handen kneedt hij de brief, een bevel om het grondgebied te verlaten, die hij zonet opnieuw heeft gelezen. De boodschap is onverbiddelijk: hij moet België verlaten. Aan de andere kant van het bureau legt een terugkeerbegeleider uit dat hij ‘vrijwillig’ kan terugkeren naar Senegal. Abdou krijgt bedenktijd, maar de klok tikt. Kiest hij hier niet voor, dan riskeert hij te worden opgepakt en onder dwang te worden gedeporteerd.

De boodschap is duidelijk: als Abdou nu vrijwillig vertrekt, dan krijgt hij nog centen mee om ginds iets op te bouwen. Blijft Abdou in België, dan kan de Dienst Vreemdelingenzaken hem oppakken en deporteren

Mensen zonder verblijfsrecht, zoals Abdou, zijn er met naar schatting ruim honderdduizend in België. Als het in het nieuws over hen gaat, ligt de focus vaak op de zichtbare, gedwongen kant van het migratiebeleid: de duizenden migranten die jaarlijks aankomen, maar ook gedeporteerd worden. Daarnaast stappen elk jaar ook meer dan tweeduizend mensen ‘vrijwillig’ op het vliegtuig, vaak met een vliegticket en een klein startkapitaal van de overheid. Dat klinkt op papier als een humaan alternatief. Een win-winsituatie, zou je kunnen denken. Maar wordt dat wel zo ervaren? Hoe vrijwillig is die vrijwillige terugkeer eigenlijk?

Om dat te achterhalen, was ik voor mijn doctoraatsonderzoek maandenlang een vlieg op de muur tijdens de vertrouwelijke, vaak emotioneel geladen gesprekken tussen terugkeerbegeleiders en migranten. In die kleine bureaus besefte ik heel snel hoe moeilijk vrijwilligheid in deze context af te lijnen valt wanneer de alternatieven systematisch krimpen.

Het spectrum van de vrije wil

Vrijwilligheid klinkt zwart-wit: ofwel kies je zelf, ofwel word je gedwongen. De werkelijkheid is grijzer. Sta je elke ochtend volkomen vrijwillig om half zes op voor uw werk? Betaal je volkomen vrijwillig jouw belastingen? Technisch gezien heb je een keuze, maar die wordt dwingend gestuurd door wetten, structuren en angst voor de gevolgen.

Op een gelijkaardige manier ervaren veel migranten, zoals Abdou, hun beslissing om terug te keren. Sommigen kiezen bewust voor vertrek. Na jaren van onzekerheid, leven zonder papieren en constante stress zijn ze uitgeput. Ze willen opnieuw vooruit kunnen, ook al betekent dat terugkeren naar een land dat ze ooit net probeerden te verlaten. Anderen vertrekken vooral uit angst. Angst om opgepakt te worden. Angst voor detentie. Angst voor een gedwongen deportatie later.

Bovendien is de keuzestructuur die migranten zoals Abdou ervaren in België ingebed in een strak juridisch kader: de wettelijke medewerkingsplicht. Zodra de Dienst Vreemdelingenzaken na een negatieve verblijfs- of asielbeslissing, een bevel om het grondgebied te verlaten afgeeft, begint de klok te tikken en moet de migrant meewerken aan zijn terugkeer.

Een ‘vrijwillige terugkeer’ verloopt administratief sneller, kent minder juridisch verzet en kost de samenleving een fractie van wat een gedwongen uitzetting via een gesloten centrum kost

De migrant kan worden uitgenodigd door zogenaamde ICAM-coaches (Individual Case Managers). Hun taak als terugkeerbegeleider is tweeledig: nagaan of er écht geen enkele verblijfsoptie meer is, en zo niet, de migrant ‘begeleiden’ naar een ‘vrijwillige’ terugkeer. Die terugkeer zelf wordt vervolgens praktisch georganiseerd en gefaciliteerd door Fedasil, het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers.

Tijdens de dossiers die ik maandenlang mocht volgen, zag ik hoe die intensieve gesprekken balanceren op een flinterdunne lijn. De toon van de ICAM-coach is vaak empathisch en bezorgd, maar de boodschap blijft duidelijk: als Abdou nu vrijwillig vertrekt, dan krijgt hij nog centen mee van Fedasil om ginds iets op te bouwen. Blijft Abdou in België, dan neem hij het risico dat de Dienst Vreemdelingenzaken hem uiteindelijk oppakt en deporteert.

De fluwelen handschoen van de staat

Deze keuzestructuur die aan migranten, zoals Abdou, wordt voorgelegd tijdens zo’n terugkeergesprek, is in werkelijkheid ingebed in een sterk begrensd speelveld. Het is precies de reden waarom migratie-experts hier spreken over ‘soft deportation’ (zachte deportatie). Fysieke dwang, zoals bij een deportatie, ontbreekt weliswaar, maar wordt vervangen door een vorm van psychologische dwang.

Dit gebruik van ‘zachtere’ alternatieven, zoals de ‘vrijwillige’ terugkeer, staat niet op zichzelf; het weerspiegelt een bredere maatschappelijke trend in de manier waarop de overheid controle uitoefent. Net zoals de staat in het strafrecht, naast de traditionele gevangeniscel, steeds vaker een beroep doet op alternatieve maatregelen zoals het opvolgen van voorwaarden en elektronische enkelbanden, zo hanteert ze in het migratiebeleid de fluwelen handschoen van ‘soft power’ (zachte macht) door in te zetten op die ‘vrijwillige terugkeer’. De dwang bestaat hier immers niet uit tastbare handboeien of een politie-escorte, maar sijpelt binnen via administratieve procedures, wetten en psychologische druk binnen de vooropgelegde keuzestructuur.

Dat maakt vrijwillige terugkeer zo moeilijk in eenvoudige categorieën te vatten. Het gaat zelden om volledig vrije keuzes, maar ook zelden om pure dwang. De meeste mensen bewegen zich ergens tussen beide uitersten.

Waarom ‘vrijwillige’ terugkeer?

Als de werkelijkheid zich in zo’n complexe grijze zone afspeelt, waarom kiest de staat dan voor ‘vrijwillige’ terugkeer? Het antwoord is even pragmatisch als strategisch: het levert efficiëntie, kostenbesparing en maatschappelijk draagvlak op. Een ‘vrijwillige terugkeer’ verloopt administratief sneller, kent minder juridisch verzet en kost de samenleving een fractie van wat een gedwongen uitzetting via een gesloten centrum kost. Bovendien wordt de procedure hiermee geframed als de eigen ‘keuze’ van de migrant.

Mijn onderzoek laat echter zien dat ‘keuze’ in deze context geen binair gegeven is van wel of geen vrije wil. Het is een rekbaar begrip dat functioneert binnen de dwingende krijtlijnen van de overheid. Een belangrijke vraag is dan ook niet of de terugkeer honderd procent vrijwillig is, maar hoe de architectuur van zachte staatsmacht de keuzevrijheid van mensen zoals Abdou vormgeeft.

Het tastbare resultaat van die onzichtbare macht is vaak ook pas in de lucht te zien. Als je de volgende keer een vliegtuig hoog ziet overvliegen, bedenk dan dat de passagiers aan boord niet allemaal onderweg zijn naar een droombestemming. Voor sommigen is die vlucht de allerlaatste optie, omdat ze door het fijnmazige netwerk van de staat geen kant meer op konden.