Waarom je minder goed kan nadenken als je stress hebt

Vergeet jij weleens iets als je stress hebt? Volgens onderzoekers is dat niet ongewoon. Stress zou namelijk het geheugencentrum van ons brein hinderen, waardoor we minder snel logische verbanden kunnen leggen tussen onze herinneringen.

In hun onderzoek analyseerden wetenschappers uit Duitsland, Nederland en de VS 121 hersenscans. Daaruit blijkt dat psychosociale stress de hippocampus, het geheugencentrum in het brein, ervan weerhoudt om onze herinneringen met elkaar te verbinden. Zo kunnen we situaties in het nu dus minder snel oplossen of ontcijferen omdat we in periodes van stress minder verbanden kunnen leggen tussen gebeurtenissen of lessen uit het verleden.

Vespa’s en bibliotheken

De onderzoekers leggen het in hun artikel als volgt uit: “Als je vriend (A) zijn nieuwe blauwe Vespa (B) toont en je vervolgens een blauwe Vespa (B) aan de bibliotheek (C) ziet staan, kan je brein zelf bedenken dat je vriend (A) dan wel in de bibliotheek (C) zal zitten.” Klinkt eenvoudig, maar is dat nog wel zo gemakkelijk als je stress hebt?

Om dat te testen, werden de participanten gevraagd om 48 combinaties te onthouden: 24 op dag één, tussen gezichten of plaatsen (A) en dieren (B) en 24 op dag twee, tussen dieren (B) en objecten (C). Door die combinaties vervolgens logisch te verbinden, zouden ze dan duo’s moeten kunnen vormen tussen de gezichten of plaatsen (A) en de objecten (C).

De mogelijkheid om verschillende herinneringen samen te brengen om de realiteit te ontcijferen is een belangrijk mechanisme

Op dag één werden de deelnemers in de MRI geconfronteerd met alle foto’s die als A en C zouden worden gebruikt. Daarna kregen ze de eerste verbanden (A met B) te zien. De 24 combinaties werden daarvoor naast elkaar getoond in duo’s. De volgende dag werd een deel van de participanten blootgesteld aan een stressvolle situatie, in dit geval een nagespeelde sollicitatie, waarna iedereen in de MRI de andere 24 verbanden (B met C) te zien kreeg. Vervolgens kregen de participanten nog eenmaal alle A en C foto’s te zien. Aan het eind van de tweede dag werd dan aan iedereen gevraagd om de A-foto’s bij de juiste C-foto’s te plaatsen.

Achteraf moesten de participanten ook aangeven welke emotionele waarde ze hechtten aan elke foto. Dat werd vastgelegd op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 heel negatief is en 10 heel positief. Zo konden de onderzoekers ook rekening houden met positieve of negatieve emoties bij het herinneren van bepaalde beelden.

Slechte verbinding

Het onderzoek toonde aan dat mensen onder acute stress het lastiger hebben om het verband tussen A en C te maken. Vooral bij foto’s die positieve gevoelens opwekken, kon de stressgroep ongeveer 10% minder correcte verbanden leggen. De hoeveelheid correcte associaties veranderde bij de stressgroep niet naarmate de foto als positief of negatief werd ervaren. Bij de controlegroep was dat wel het geval. Zij konden positieve beelden een stuk beter onthouden dan de negatieve.

De stressgroep weet dus, ter illustratie, dat hun vriend een blauwe scooter heeft en dat er een blauwe scooter buiten aan de bib geparkeerd staat. Toch leggen die deelnemers in mindere mate een link tussen de vriend en de bibliotheek omdat hun hippocampus minder reactief is.

De mogelijkheid om verschillende herinneringen samen te brengen om de realiteit te ontcijferen is een belangrijk mechanisme. Volgens de onderzoekers kan de hapering van de hippocampus bij stress dan ook belangrijke implicaties hebben voor verwante domeinen, zoals het beter begrijpen van mentale stoornissen.