Een kankerdiagnose zet alles op zijn kop. Toch begint borstkankerzorg niet pas wanneer de behandeling start. Ook vóór de behandeling kan er al gewerkt worden aan houvast en voorbereiding.
Na weken onzekerheid is het moment voor Ellen eindelijk aangebroken. Haar voet tikt zenuwachtig tegen de grond terwijl de dokter zijn scherm nog eens bekijkt, en ineens hoort ze de drie woorden die ze niet wilde horen: ‘Je hebt borstkanker.’
De dokter praat verder, maar de rest klinkt wazig. Haar gedachten dwalen af terwijl ze naar een scheef hangende poster in de kamer kijkt. Nog voor ze het goed beseft, staat haar agenda vol bijkomende onderzoeken en consultaties.
Ellen is niet alleen. Dit is de realiteit van 1 op 8 vrouwen in België. En net daar, in die eerste dagen na zo’n diagnose, begint iets wat vaak minder zichtbaar is. Want terwijl de medische molen meteen op gang komt, blijven de vragen bij de patiënt vaak nog nazinderen. Wat staat er me te wachten? Wat kan ik zelf doen? Hoe bereid ik me hierop voor?
Weinig controle
Veel mensen ervaren die periode als een soort tussenruimte: je bent nog niet echt “in behandeling”, maar alles in je leven is al veranderd. Er is plots veel informatie, veel onzekerheid en weinig gevoel van controle. En precies daar komt het idee van prevalidatie naar voren.
Het begrip “revalidatie” hebben we allemaal wel al eens gehoord: na een operatie of behandeling werk je stap voor stap aan je herstel. Je krijgt begeleiding, oefeningen en ondersteuning om terug sterker te worden.
Prevalidatie draait dat idee eigenlijk om. Zoals het woord zelf zegt, ligt de nadruk op “pre”: vóór de behandeling. Het vertrekt vanuit een simpele vraag waar ik als kinesitherapeut vaak bij stilsta: wat als we patiënten niet pas begeleiden nadát alles achter de rug is, maar hen al ondersteunen in de periode ervoor?
De weg naar herstel start al vóór de behandeling
In de praktijk betekent dat dat we samen kijken hoe iemand zich kan voorbereiden op wat komt. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld fysiek, door je lichaam zo sterk mogelijk te maken voor wat komt. Maar ook mentaal: leren omgaan met stress, weten wat je kan verwachten en houvast krijgen in een periode die vaak overweldigend voelt.
Het doel is niet om alles onder controle te hebben. Dat is onmogelijk. Maar wel om patiënten iets terug te geven in een fase waarin alles net heel onzeker aanvoelt: een gevoel van grip, voorbereiding en vertrouwen.
Binnen mijn onderzoek kijk ik concreet naar hoe we zo’n voorbereiding kunnen aanbieden aan vrouwen die binnenkort een operatie voor borstkanker ondergaan. Ik ga na of dit haalbaar is: lukt het om patiënten in die korte periode vóór hun kankerbehandeling te begeleiden? Sluit het aan bij wat zij nodig hebben? En hebben ze er iets aan?
In mijn studie nodig ik vrouwen uit voor vier sessies in de periode rond hun operatie. Dat zijn geen lange of zware sessies, maar momenten van begeleiding en ondersteuning. We focussen telkens op twee belangrijke thema’s: bewegen en omgaan met stress.
Tijdens de sessies rond beweging kijken we samen naar wat iemand nog kan en wil doen. Veel mensen denken dat rust nemen altijd het beste is, maar onderschat de kracht van beweging niet. Bewegen kan helpen om je sterker te voelen en vermoeidheid tegen te gaan, zowel voor als na de operatie.
Met prevalidatie willen we lichaam en geest voorbereiden op wat er gaat komen
We zoeken samen naar iets dat past binnen het dagelijkse leven van de patiënt. Voor de ene persoon is dat een korte wandeling, voor de andere zijn dat spierversterkende oefeningen thuis. Het doel is niet om plots heel sportief te worden, maar om het lichaam zo goed mogelijk te ondersteunen in wat eraan komt.
Daarnaast besteden we aandacht aan het omgaan met stress. Want de periode na een diagnose kan mentaal zwaar zijn. Gedachten blijven rondcirkelen, slapen lukt moeilijker en de toekomst voelt onzeker. In de sessies staan we stil bij die spanning en zoeken we naar manieren om ermee om te gaan.
Dat kan gaan van eenvoudige ademhalingsoefeningen tot tips om rustmomenten in te bouwen doorheen de dag. Soms helpt het ook gewoon om even stil te staan en te benoemen wat er speelt. Veel patiënten geven aan dat ze weinig ruimte voelen om hun zorgen te uiten tussen alle medische afspraken door.
Wat opvalt, is dat kleine dingen al een verschil kunnen maken. Een concreet plan voor de week. Weten dat je “iets doet” richting je behandeling. Even een moment hebben waarop het niet alleen over medische procedures gaat, maar ook over hoe jij je voelt en wat jij nodig hebt.
Actieve betrokkenheid
Met mijn onderzoek probeer ik te begrijpen of deze aanpak werkt in de praktijk. Krijgen patiënten het effectief ingepland? Kunnen ze de oefeningen en tips toepassen? En vooral: ervaren ze meer rust of meer vertrouwen in de aanloop naar hun operatie?
Ik merk dat veel vrouwen het waarderen om actief betrokken te zijn in deze fase. In plaats van enkel te wachten, krijgen ze een rol in hun eigen voorbereiding. Dat geeft niet alleen structuur, maar ook een bepaald gevoel van kracht: het idee dat je niet volledig overgeleverd bent aan wat komt.
Misschien begint de zorg niet pas op de dag van de eerste behandeling, maar al in de stilte ervoor
Tegelijk is het belangrijk om realistisch te blijven. Prevalidatie is geen wondermiddel. Het neemt de diagnose niet weg en het verandert ook niets aan de noodzaak van de behandeling. Maar het kan wel helpen om die periode anders te beleven: iets minder overweldigend, iets beter voorbereid.
Voor mij is dat ook de kern van dit onderzoek. Niet alleen kijken naar medische resultaten, maar ook naar hoe mensen zich voelen in die eerste, kwetsbare fase. Want daar begint een traject dat vaak maanden of zelfs jaren duurt.
Misschien begint de zorg dus niet pas op de dag van de eerste behandeling, maar al in de stilte ervoor, wanneer iemand zoals Ellen nog zoekend is en stap voor stap houvast kan krijgen.