Dubbele grindbak

Op 5 juni maakte de Japanse ruimtesonde Hayabusa 2 deze foto van de merkwaardige planetoïde Torifune. Het kleine hemellichaam – van kop tot staart ongeveer 450 meter – lijkt uit twee delen te bestaan, die door de zwaartekracht bijeen worden gehouden: een zogeheten contact binary. Het lijken rubble piles (‘vliegende grindbakken’): opeenhopingen van kleinere rotsblokken en keien.  

Openingsbeeld: JAXA.

De laatste jaren zijn er veel kleine planetoïden van nabij bestudeerd. Contact binaries en rubble piles zoals Torifune blijken vaak voor te komen. Goed om te weten, want dit zijn de kosmische projectielen die heel af en toe met de aarde in botsing komen. Om in zo’n geval succesvolle tegenmaatregelen te kunnen nemen (zoals het uit koers duwen van de aanstormende boosdoener), moet je wel weten met wat voor soort object je te maken hebt.

Hayabusa 2 haalde in 2018 al bodemmonsters op van de één kilometer grote planetoïde Ryugu (ook een rubble pile) en leverde die in december 2020 op aarde af. Daarna vloog de ruimtesonde door naar een ontmoeting met Torifune, genoemd naar een Japanse godheid.

Met een snelheid van vijf kilometer per seconde scheerde het Japanse toestel op een afstand van slechts achthonderd meter langs het kleine hemellichaam – een knap staaltje kosmische precisienavigatie. En de missie is nog niet beëindigd: in 2031 moet de ruimtesonde een kijkje gaan nemen bij de piepkleine planetoïde 1998 KY26, die slechts elf meter groot is en in 5,4 minuten rond zijn as draait.

Torifune beweegt in iets meer dan een jaar rond de zon, in een langgerekte, scheefliggende baan. Hij vormt geen direct gevaar: de ‘dubbele grindbak’ blijft altijd op meer dan twaalf miljoen kilometer afstand van de aarde. Maar er zijn naar schatting enkele duizenden andere ‘potentieel gevaarlijke planetoïden’ met afmetingen van meer dan 150 meter, die in de (verre) toekomst wel degelijk op onze thuisplaneet kunnen inslaan.

De foto’s en metingen van ruimtesondes zoals Hayabusa 2 helpen astronomen om het probleem en de potentiële gevolgen goed in kaart te brengen.