Staan we binnenkort in een zelfrijdende file?

Staan we binnenkort in een zelfrijdende file?

Delen:

Stel je voor. We bevinden ons op de Maria-Theresiastraat in Leuven, aan het einde van de negentiende eeuw. Paardenhoeven tikken op kasseien. Mensen wonen dicht bij hun familie, hun werk en hun dorp. Reizen doen ze te voet, met paard en kar of — voor de gelukkigen — met de trein. Een verplaatsing van enkele tientallen kilometers is geen routine, maar een heuse gebeurtenis. België voelt op dat moment veel groter aan dan vandaag. Voor een Leuvenaar hier lijkt West-Vlaanderen bijna een andere wereld waar ze een vreemd taaltje spreken.

En dan verschijnt plots iets vreemds tussen de paardenkarren. Een brommende machine. Een “koets zonder paard”. Het ding dat de Duitse ingenieur Karl Benz in 1886 trots voorstelde maakt lawaai en ruikt naar olie. Mensen blijven verbaasd staan kijken. Het lijkt absurd, maar tegelijk ook fascinerend.

De verbazing slaat al snel om in enthousiasme. De automobiel maakt reizen sneller, handel eenvoudiger en afstanden kleiner. Mensen kunnen zich vrijer verplaatsen dan ooit tevoren. Goederen raken sneller op hun bestemming en steeds meer gezinnen trekken naar de rand van de stad of het platteland.

De auto verovert niet alleen de harten van mensen, maar ook het straatbeeld — en uiteindelijk de volledige samenleving. Rustige straten maken plaats voor brommend verkeer. De geur van paardenmest verdwijnt, maar wordt ingeruild voor uitlaatgassen.

Enkele decennia later slaat het enthousiasme opnieuw om. De machine die vrijheid bracht is ook een bron van ongevallen, files, frustraties en claxons.

Vandaag, anno 2026, lijkt de oplossing voor die frustraties eindelijk gevonden. Alleen heet de “koets zonder paard” vandaag een “wagen zonder bestuurder”. En de visionaire figuren achter die technologie dragen namen als Elon Musk.

Robotaxi’s rijden al rond in meerdere Amerikaanse en Chinese steden. De Nederlandse regering keurde dit jaar Tesla’s “Full Self-Driving”-technologie goed. En ook langs diezelfde Maria-Theresiastraat in Leuven staan mensen weer verbaasd te kijken wanneer plots een shuttlebus zonder bestuurder voorbijrijdt.

Zelfrijdende bus in Leuven. Foto: De Lijn

Ondanks de grote beloftes dreigen zelfrijdende voertuigen, net als de ‘gewone’ auto, slachtoffer te worden van hun eigen succes.

Zodra rijden geen verloren tijd meer is, veranderen onze keuzes vanzelf. Verloren reistijd wordt zinvolle werktijd of ontspanningstijd, waardoor lange afstanden minder zwaar aanvoelen. Mensen kunnen daardoor nog verder van hun werk gaan wonen, waardoor hun afhankelijkheid van de auto net toeneemt.

Files vol lege wagens

Maar daar stopt het niet. Zelfrijdende voertuigen brengen nog een fundamentele verandering met zich mee. Zelfrijdende voertuigen kunnen namelijk leeg rondrijden.

Dat klinkt op het eerste gezicht onlogisch, maar voor veel mensen kan het economisch interessant worden. Je laat je wagen bijvoorbeeld terug naar huis rijden nadat hij je op kantoor heeft afgezet, zodat hij later de kinderen naar de sportclub kan brengen. Op die manier heb je misschien geen tweede wagen meer nodig.

Of je laat je auto rondjes rijden door de stad terwijl je op restaurant bent, simpelweg omdat een parkeerplaats te duur of moeilijk te vinden is.

Al die op het eerste gezicht absurde extra lege kilometers zullen zorgen voor meer verkeer, meer files en meer druk op de infrastructuur.

Ook ons openbaar vervoer kan slachtoffer worden van de “zelfrijdende vrijheid”.

'Als straks veel mensen een zelfrijdende privéwagen hebben en robotaxi’s overal beschikbaar zijn, waarom zouden we dan nog investeren in treinen of grote bussen?' vroeg iemand me ooit.

Om daarop te antwoorden, had ik geen complexe mobiliteitsstudies nodig. Een blik rond ons volstond.

We stonden namelijk om half zes ’s avonds in Brussel-Centraal. Honderden mensen kriskras door elkaar, allemaal tegelijk onderweg naar huis.

'Stel je eens voor,' zei ik, 'dat al die mensen nu afzonderlijk in een robotaxi of hun eigen zelfrijdende wagen zouden stappen. Zelfs als ze met drie of vier samenrijden, zouden we waarschijnlijk nog lang niet thuis zijn.'

Als wagens vanzelf rijden, waarom zouden we dan nog investeren in treinen of grote bussen?

Dat scenario zou al snel lijken op de chaos op de parking van het Koning Boudewijnstadion na een concert. Het doet me terugdenken aan het P!nk-concert waar mijn zus en ik twee jaar geleden naartoe gingen. Wij zijn toen bewust na afloop naar de parking gelopen en geraakten daardoor vrij vlot thuis.

Toen ik de dag erna bij mijn vriendin en kapster in de stoel zat, vertelde ze me met hoorbare frustratie dat ze na datzelfde concert bijna twee uur had aangeschoven om van de parking te geraken en pas rond half drie ’s nachts thuis was.

Dus ja, investeren in collectief vervoer blijft essentieel. (Tenzij je bereid bent om  een spurtje te trekken om de anderen voor te zijn.)

En gelukkig biedt de zelfrijdende technologie ook heel wat kansen om ons openbaar vervoer te verbeteren. Vandaag is de bestuurder nog altijd een van de grootste kosten van openbaar vervoer. Valt die kost weg, dan ontstaat plots ruimte voor meer voertuigen, hogere frequenties en zelfs flexibeler, vraaggestuurd openbaar vervoer.

In welke richting we uiteindelijk evolueren, kan vandaag niemand met zekerheid voorspellen. Komen we terecht in een toekomst vol zelfrijdende privéwagens? Of eerder in een slim netwerk van autonome shuttlebusjes en flexibel openbaar vervoer dat beter inspeelt op waar mensen zich echt naartoe willen verplaatsen?

Dat zal afhangen van heel wat keuzes en belangen.

Van overheden die investeren in autonome shuttlebusjes — of net salariswagens en individuele mobiliteit fiscaal blijven stimuleren.
Van robotaxibedrijven die zoveel mogelijk kilometers willen verkopen.
Van autobouwers die dromen van miljoenen zelfrijdende privéwagens op de weg.

Maar misschien nog het meest van onszelf.

Het is een beetje zoals het engeltje en duiveltje op je schouder. Zelfs vandaag weten we vaak perfect wat de duurzaamste keuze is, en toch kiezen we gemakkelijk voor comfort en stappen we in de auto. Alleen dreigt die verleiding in een zelfrijdende toekomst nog groter te worden. Want wat als die rit plots comfortabeler aanvoelt en goedkoper is?

Dus, de toekomst is zeker zelfrijdend.

Maar of we daarmee in zelfrijdende files belanden?

Het stuur hebben we gelukkig toch nog deels zelf vast — figuurlijk dan.

Delen:

Stikstof in jouw urine kan vieze geurtjes in de riolering bestrijden. Iris De Corte, doctoraatsstudente aan de Universiteit Antwerpen, onderzoekt hoe deze stikstof op een efficiënte manier kan worden gedoseerd om zoveel mogelijk geuroverlast te vermijden.

‘Licht het op, laadt het op, werkt het op stroom? Dan moet je recupellen!’ De campagnes van Recupel zijn niet zo memorabel als die met de plastic kip in de pmd-zak, maar ze blijven toch hangen. Jammer genoeg is recupellen niet de laatste stap naar een circulaire economie, maar de eerste. In het KU Leuven Instituut voor Duurzame Metalen en Mineralen werken ze aan de vervolgstappen – met robots.

Wanneer een motor van een drone uitvalt, vertellen zijn sensoren niet meteen wat er mis is. Door hun metingen te combineren met wat we al weten over hoe de drone zich hoort te gedragen, kunnen we ontdekken wat er veranderd is en op tijd bijsturen. 

Dit is een artikel van: Scicomm Academy van SciMingo

Van de bosbranden die deze zomer Europa teisterden tot elektrische wagens die moeilijker te blussen vallen: er komen nieuwe uitdagingen af op onze brandweerkorpsen. Technologieën die gaan van robots en drones tot satellietbeelden en voorspellende modellen helpen om branden beter te blussen, en soms ook te voorkomen.

Vanaf dinsdag 20 oktober tot 7 november kan je in de Nekkerhal in Mechelen zelf beleven welke innovatieve oplossingen wetenschap en technologie vandaag voor jou in petto hebben. Flanders Next is de naam van de expo die de blikvanger is van het FTI festival. Een maand lang staat ook in andere steden Vlaamse innovatie centraal. Eos vroeg aan minister-president Matthias Diependaele wanneer het technologiefesival voor hem geslaagd is.

Robotica-expert Abeje Mersha bouwt een vloot innovatieve drones voor civiele doeleinden, die zelfs levens kunnen redden.

Een nieuw geneesmiddel op de markt brengen kan snel twintig jaar duren en de chemicus speelt daarin een cruciale rol. Artificiële intelligentie is de gedroomde assistent om dat proces te versnellen. Maar ook een AI-assistent moet eerst naar de virtuele schoolbanken om die belofte waar te maken.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Diabetische wonden genezen vaak heel moeilijk, terwijl gewone wondverbanden vooral beschermen en niet actief helpen genezen. Mijn slimme wondverband ‘luistert’ naar wat er in de wond gebeurt en geeft pas een geneesmiddel vrij wanneer dat nodig is, om de genezing weer in gang te zetten.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Artsen staan vaak voor moeilijke keuzes. Computermodellen die hen zouden moeten adviseren, zijn helaas ook niet altijd zeker van hun stuk. Wie beter dan een onzekere ingenieur om te helpen die zee van onzekerheid oversteken?

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven