DNA uit eeuwenoude Toscaanse druivenpitten onthult hoe de Romeinen hun wijnproductie organiseerden. Hun uitgestrekte handelsnetwerk legde mee de basis voor de wijnen die we vandaag drinken.
Dankzij tachtig druivenpitten die zijn gevonden in oude Toscaanse waterputten uit de periode tussen 300 v.Chr. en 1200 n.Chr., hebben wetenschappers van de University of York een unieke inkijk gekregen van de wijncultuur van de Romeinen.
De ontdekking levert niet alleen nieuwe inzichten op over de geschiedenis van wijn. Ze beantwoordt ook een verrassende vraag: waar kun je vandaag nog wijn drinken die genetisch verwant is aan de druiven die Romeinen 2.000 jaar geleden op tafel hadden staan?
Oude Chianti
Chianti staat vandaag wereldwijd bekend om zijn rode wijnen, maar dat was niet altijd het geval. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat het wijngebied eeuwenlang werd gedomineerd door één en dezelfde witte druivensoort, die onder de Etrusken generaties lang werd doorgegeven en zo ook bij de Romeinen terechtkwam.
Een van de oude Toscaanse druivenpitten vertoont sterke gelijkenissen met een zeldzame Hongaarse druif
Het onderzoek toont ook aan hoe georganiseerd de Romeinse wijnbouw was. Nadat de Romeinen het gebied hadden ingelijfd, verschenen er naast de vertrouwde Etruskische witte druif ook verschillende nieuwe druivenrassen in Chianti. De onderzoekers hebben deze nieuwe rassen genetisch kunnen linken aan druiven die ook op andere plekken in het Romeinse Rijk groeiden, waaronder de Balkan en Centraal-Europa.
Europees wijnnetwerk
Die vondst levert bewijs voor een grootschalig landbouw- en handelsnetwerk waarover de Romeinen hun wijncultuur door het rijk verspreidden.
De meest directe link tussen de Romeinse wijn uit Chianti en het heden leidt naar de Sloveense stad Maribor, waar een 400 jaar oude wijngaard staat. Onderzoekers ontdekten dat een van de oude Toscaanse druivenpitten sterke gelijkenissen vertoont met de zeldzame Hongaarse druif Baratcsuha szürke, die vandaag nog in Maribor wordt geteeld.