Ze hield zich al die tijd schuil in onze darmen, tot een mislukte zoektocht haar plots in de schijnwerpers zette. Maak kennis met Dysosmobacter welbionis, een verrassende nieuwe bacterie die haar stinkende best doet voor uw gezondheid.
Prof. dr. Patrice Cani (UCLouvain / WELRI) werd op 2 juni 2026 samen met Prof. dr. Diether Lambrechts (KU Leuven en VIB) bekroond met de prestigieuze Francqui-Collenprijs 2026, in de academische wereld vaak de 'Belgische Nobelprijs' genoemd. Eén van de opvallendste ontdekkingen uit zijn labo is een stinkende darmbewoner met verrassende talenten. Zijn collega Matthias Van Hul beschrijft in deze blog hoe de ontdekking van Dysosmobacter welbionis tot stand kwam.
Openingsfoto: Tussen honderden ingevroren bacteriën lag een onverwachte vondst verborgen: Dysosmobacter welbionis.
Niets is voor wetenschappers zo frustrerend als een veelbelovend idee dat in het labo als een kaartenhuisje in elkaar stuikt. Toch is dat precies wat er enkele jaren geleden in ons labo gebeurde. Als onderzoekers van de Metabolism and Nutrition Research Group (kortweg MNUT) aan de UCLouvain zoeken wij naar manieren om stofwisselingsziekten aan te pakken via de darmflora. We hadden deze keer onze zinnen gezet op Subdoligranulum, een bacteriegroep die in onze eerdere studies vaak in verband werd gebracht met een goede metabole gezondheid.
Je zou verwachten dat zo’n onbekende bacterie extreem zeldzaam is, maar wij vonden ze terug bij 7 op de 10 mensen
Op papier leek alles te kloppen. We gaven daarom muizen een ongezond, vetrijk dieet om overgewicht en de bijhorende gezondheidsproblemen na te bootsen, dienden de enige toen beschikbare Subdoligranulum bacterie toe, en wachtten vol ongeduld af. Acht weken lang volgden we hun gewicht, hun gezondheid en hun stofwisseling. We wachtten geduldig op een verschil. Een kleine verbetering. Iets.
Maar er gebeurde niets. Geen lager lichaamsgewicht. Geen duidelijk gezondere muizen. Geen doorbraak. Een pijnlijk dood spoor in ons onderzoek.
Toch betekende die teleurstelling niet per se dat ons idee fout was. Misschien hadden we gewoon de verkeerde kandidaat getest. Voor onze test hadden we immers de enige Subdoligranulum bacterie gebruikt die op dat moment voorhanden was. Maar de rest van de Subdoligranulum familie is nog in geen enkele biobank beschikbaar. En dat is jammer, want net als bij mensen kunnen twee bacteriën uit dezelfde familie een compleet ander karakter hebben.
Omdat we het spoor niet wilden opgeven, besloten we in ons labo om dan maar zélf op zoek te gaan naar nieuwe Subdoligranulum familieleden. Maandenlang kweekten en isoleerden we bijna zeshonderd bacteriën uit de stoelgang van gezonde vrijwilligers.
Tijdens dat monnikenwerk stuitten we in 2017 plots op een micro-organisme dat we nog niet kenden. Sterker nog: een bacterie uit een compleet nieuwe groep. Omdat de bacterie tijdens het kweken in onze broedstoven een opvallend penetrante geur verspreidde, doopten wij haar Dysosmobacter welbionis. 'Dysosmo' betekent in het Grieks vrij vertaald 'stinkend', en 'bacter' verwijst naar haar staafvorm. Het tweede deel van de naam, welbionis, is ons eerbetoon aan WELBIO, het Waalse onderzoeksinstituut dat ons speurwerk financieel mogelijk maakte.
Je zou verwachten dat zo’n onbekende bacterie extreem zeldzaam is, maar wij ontdekten in onze analyses van grote internationale databanken exact het tegendeel: we vonden ze terug bij zowat 7 op de 10 mensen. Een gewone darmbewoner dus, maar één die al die tijd onder de radar was gebleven. Waarschijnlijk omdat ze zich niet gemakkelijk laat vinden met de klassieke technieken. Sommige bacteriën groeien snel en zonder veel eisen in het labo. Andere zijn trager en kieskeuriger. Deze bacterie behoorde duidelijk tot die laatste categorie.
Maar een naam geven is één ding. Begrijpen wat zo’n bacterie doet, daar begint het echte speurwerk. Wat haar voor ons écht boeiend maakte, was haar relatie tot onze gezondheid. Als we naar mensen keken die kampten met overgewicht of het metabool syndroom, zagen wij dat zij met véél Dysosmobacter welbionis aanzienlijk gezondere nuchtere bloedsuikerwaarden, een lagere langetermijnsuiker (HbA1c) en een lagere Body Mass Index (BMI) hebben dan patiënten bij wie de bacterie grotendeels is verdwenen. Daarnaast merkten we op dat de bacterie opvallend massaal aanwezig is bij patiënten die het diabetesmedicijn metformine nemen, hoewel we in het labo zagen dat de bacterie dit medicijn niet zélf als brandstof gebruikt.
Correlaties en associaties in mensen bewijzen natuurlijk nog niet dat onze bacterie de directe oorzaak is van die betere gezondheid. Om dat te testen, zetten wij muizen opnieuw op een ongezond, vetrijk dieet en gaven aan een deel van de muizen onze nieuwe bacterie.
Hoewel de toediening van de levende bacterie de toename van vetmassa bij sommige muizen leek af te remmen, was dat niet altijd reproduceerbaar. Maar ongeacht of de muizen gewicht verloren of niet, zagen wij dat hun bloedsuikerhuishouding aanzienlijk verbeterde. Ze verbeterde de insulinegevoeligheid op een manier die ons eerlijk gezegd verraste. Ze wist de pieken in de suikerspiegel na een maaltijd soms zelfs beter op te vangen dan metformine, het wereldwijd meest voorgeschreven medicijn tegen diabetes. Dit robuuste, metabole schild verdween overigens compleet toen we de bacteriën eerst opwarmden (pasteuriseerden); de bacterie moet dus écht levend in de darm aankomen om haar werk te doen.
Hoe bedwingt deze bacterie in onze darm de suiker in ons bloed? Wij brachten de metabole capaciteiten van Dysosmobacter welbionis in kaart en ontdekten een zeldzaam talent. Als een van de weinige bacteriën fermenteert ze myo-inositol, een suiker die van nature in fruit, bonen en granen zit, via een unieke, door ons ontdekte biologische route tot butyraat (boterzuur). Dat is opmerkelijk, want butyraat is een van de stoffen waarmee darmbacteriën rechtstreeks met ons lichaam communiceren. Het voedt ook de darmwand, houdt deze intact en werkt sterk ontstekingsremmend.
Het is geen magisch excuus om fastfood te eten, maar voor de miljoenen mensen die kampen met insulineresistentie, diabetes type 2 en leververvetting, kan deze stinkende darmbacterie een uiterst waardevol, levend supplement betekenen
Maar haar grootste wapenfeit vonden wij in haar lipidenproductie. Ze is een ware fabriek van zogenaamde 'bioactieve vetten'. Wij zagen in het labo dat ze enorme hoeveelheden produceert van vetmoleculen zoals 12,13-DiHOME, 15d-PGJ2 en C18-3OH. Deze vetten dienen niet als opslag, maar als pijlsnelle chemische signalen. Via de bloedbaan vertellen deze vetten de weefsels (zoals het bruine vet) om zich te activeren en ontstekingen te doven. Ze fungeren als agonisten voor de 'PPAR-gamma-receptor', een belangrijke eiwitschakelaar in onze cellen die de insulinegevoeligheid fundamenteel verbetert. Ook ontdekten we dat onze bacterie mogelijk cellen in de darmwand direct prikkelt om meer van het verzadigingshormoon GLP-1 af te geven.
De chemische invloed van onze bacterie reikt mogelijk zelfs verder dan de suikerstofwisseling. De lever, het orgaan dat het zwaarst te lijden heeft onder een ongezond metabolisme, lijkt eveneens in het spel betrokken. In grote menselijke cohorten zagen wij dat de aanwezigheid van Dysosmobacter welbionis in de darm negatief correleert met de ernst van leververvetting (MASLD) en schadelijke leverfibrose. Omdat we bij de mens voorlopig enkel van een sterke correlatie kunnen spreken, onderzoeken we momenteel volop de mechanismen om deze mogelijke beschermende rol hard te maken.
Bovendien deed een onafhankelijke Amerikaanse onderzoeksgroep recent nog een interessante ontdekking rond onze bacterie en hart- en vaatziekten. In een grote bevolkingsstudie zagen zij dat mensen met veel Dysosmobacter welbionis beduidend lagere cholesterolwaarden in hun bloed en ontlasting hadden. Om te begrijpen hoe dat kon, testten ze onze bacterie vervolgens in het laboratorium (in vitro). Ze ontdekten dat de bacterie cholesterol rechtstreeks kan opnemen en actief afbreekt tot verbindingen die het menselijk lichaam niet meer kan opnemen. Hoewel dit effect nog verder in levende wezens bestudeerd moet worden, opent het wel een onverwachte en fascinerende nieuwe piste.
En alsof dat nog niet genoeg is, loopt er via de befaamde darm-hersen-as een onverwachte link naar ons brein. Toen wij vrouwelijke muizen op een ongezond, stresserend dieet dagelijks onze bacterie toedienden, namen hun tekenen van stress en angstgevoelens af. Ze toonden minder stressgerelateerd gedrag en hadden na afloop aanzienlijk lagere niveaus van het stresshormoon corticosteron in hun bloed.
Onze absolute droom is om Dysosmobacter welbionis te ontwikkelen tot een next-generation probioticum; een levend gezondheidsproduct dat niet op marketing, maar op mechanistisch onderzoek steunt. We moeten wel reëel blijven: Dysosmobacter is geen magisch excuus om fastfood te eten en snelle belofte om gezond te worden. Maar voor de miljoenen mensen die wereldwijd kampen met insulineresistentie, diabetes type 2 en leververvetting, kan deze eigenzinnige, stinkende darmbacterie wel een uiterst waardevol, levend supplement betekenen ter ondersteuning van hun metabole gezondheid. En dat allemaal dankzij een onverwachte vondst in een vriezer vol frustratie. Een dood spoor dat ons leidde naar een bacterie die we niet zochten.