Cocaïnevervuiling beïnvloedt het gedrag van wilde vissen

Cocaïne en afbraakproducten worden steeds vaker aangetroffen in rivieren en meren wereldwijd, vooral via afvalwater waarin deze stoffen zitten. Onderzoekers toonden in het verleden al aan dat die stoffen effecten hebben op het gedrag van vissen, maar Zweedse onderzoekers bewijzen nu dat de effecten ook in het wild optreden.

De onderzoekers van Lantbruksuniversitet Uppsala in Zweden volgden acht weken lang 105 jonge Atlantische zalmen met behulp van geïmplanteerde sensoren. Ze verdeelden de vissen in drie groepen: een controlegroep, een groep blootgesteld aan cocaïne en een groep blootgesteld aan benzoylecgonine, de belangrijkste afbraakstof van cocaïne die vaak in afvalwater wordt aangetroffen. De vorsers ontdekten zo dat vissen die aan benzoylecgonine waren blootgesteld per week tot 1,9 keer verder zwommen en zich uiteindelijk tot 12,3 kilometer verder over het meer verspreidden dan niet-blootgestelde vissen.

Deze veranderingen werden na verloop van tijd sterker, wat erop wijst dat de blootstelling beïnvloedt hoe vissen hun leefruimte gebruiken. De gevolgen daarvan werden nog niet onderzocht, maar liggen wel voor de hand. Hoe vissen zich verplaatsen, bepaalt wat ze eten en wie hen eet. Als de vervuiling die patronen verandert, kan dat ecosystemen beïnvloeden.

Opvallend is dat benzoylecgonine een sterker effect heeft dan cocaïne zelf. Dat is belangrijk, omdat risicobeoordelingen meestal focussen op de oorspronkelijke stof, terwijl afbraakproducten vaker voorkomen in water en mogelijk grotere biologische effecten hebben. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen hoe wijdverspreid deze effecten zijn, welke soorten het meest kwetsbaar zijn en of veranderingen in gedrag gevolgen hebben voor overleving en voortplanting. De studie verscheen in Current Biology.