Nu in Eos

Wat eten we morgen?

We moeten anders gaan eten, voor onszelf en voor de planeet. De wetenschap geeft daar steeds meer mogelijkheden toe.

Deze zomer dwaalden mijn vrouw en ik door Londen toen we enkele activisten in het oog kregen. Een van hen hield een tablet voor zich uit met beelden van koeien die op gruwelijke wijze werden geslacht. Een andere deelde pamfletten uit waarop documentaires stonden opgelijst als Cowspiracy, Forks Over Knives en Dairy Is Scary. Ik eet zelden vlees, maar de boodschap kwam alsnog behoorlijk hard binnen.

Ons bord is een strijdtoneel geworden. Activisten, maar ook politici, landbouwers, voedingsproducenten en wetenschappers willen een zeg in wat er tussen mes en vork komt te liggen. Niet zelden staan ze met hun belangen diametraal tegenover elkaar. In die soep van stellingnames is het voor de consument lastig navigeren tussen wat gezond is, goed voor het milieu, betaalbaar en – ook belangrijk – wat lekker is.

Ook op sociaal-economisch vlak loopt het mis. In landen met een laag of gemiddeld inkomen worstelen hele bevolkingsgroepen met ondervoeding en schaarste. In de nieuwe Eos beschrijft volksgezondheidsexpert Lora Iannotti hoe kinderen in Keniaanse vissersdorpen groeiachterstanden oplopen doordat ze te weinig eiwitten, vitamines en omega 3-vetzuren binnenkrijgen – bijvoorbeeld van vis. Voor de ouders is het financieel voordeliger om hun vangst te verkopen dan om die voor eigen gebruik te houden. Het is een pijnlijke uitwas van een mondiaal voedingssysteem in onbalans.

‘Wetenschappelijk gezien is de suikertaks een no-brainer’

Intussen laaft de westerling zich aan ultrabewerkte en suikerrijke producten, met desastreuze gevolgen voor de collectieve gezondheid. Dat bleek recent nog uit een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie. Jaarlijks kosten overgewicht en obesitas vroegtijdig het leven aan meer dan 1,2 miljoen Europeanen, becijferden de auteurs.

Het milieu wordt evenmin beter van onze eetpatronen. De veeteeltindustrie is verantwoordelijk voor 14,5 procent van de menselijke broeikasgasuitstoot. Het Amazonewoud wordt tegen een tempo van tienduizenden hectares per jaar plat gebulldozerd voor sojaplantages – 77 procent van de opbrengst wordt gebruikt als veevoeder. Het leed dat we dieren op massale schaal berokkenen, laten we dan nog buiten beschouwing.

We moeten anders gaan eten, voor onszelf en voor de planeet. De wetenschap geeft daar steeds meer mogelijkheden toe. Verder in dit nummer lees je hoe onderzoekers microalgen en insecten verwerken tot voedzame en ecologisch verantwoorde eiwitbronnen. Wierenkoks en insectenkookboeken wijzen vervolgens de weg naar deze superfoods.

En waarom geen taks invoeren om ons van onze suikerverslaving af te helpen? ‘Wetenschappelijk gezien is zo’n maatregel een no-brainer’, laat voedingsdeskundige Martijn Katan optekenen. Een faire heffing op suiker, gekoppeld aan een subsidie voor groenten, fruit en volle granen, zou jaarlijks duizenden vroegtijdige overlijdens kunnen voorkomen. Ook op beleidsniveau groeit de animo voor een breed interventiepakket.

Heel wat ingrediënten voor een gezonder en duurzamer dieet liggen vandaag al op tafel. Voor wie ermee aan de slag wil: proef zeker eens de wasmotrups.


Gerelateerde artikels

Kevin Van Sundert ontwikkelde een openbaar toegankelijke databank van klimaatexperimenten
Eos Pipet 2024

Kevin Van Sundert ontwikkelde een openbaar toegankelijke databank van klimaatexperimenten

Bioloog Kevin Van Sundert ziet graag het grote geheel, en onderzoekt klimaateffecten op vegetatie, afhankelijk van de voedingsstoffen in de bodem. Met zijn openbaar toegankelijke databank van gegevens uit experimenten die de klimaatverandering nabootsen, wil hij onderzoek de wind in de zeilen geven. ‘Deze verzameling van data vermijdt dat wetenschappers telkens van nul moeten beginnen.’

Klimaatverandering is een feit! Evolutie schiet te hulp

Klimaatverandering is een feit! Evolutie schiet te hulp

De aanpassing van het leven op aarde aan veranderende omgevingen is mogelijk  door natuurlijke selectie op basis van individuele verschillen. Deze (genetische) diversiteit binnen soorten staat echter onder druk. Het blijkt dat we als mensen onze strategieën moeten aanpassen om deze verschillen te monitoren, en zo onze biologische hulpbronnen optimaal te beheren.  Als we willen blijven profiteren van de diensten van de natuur, kunnen we maar beter deze grondstoffen van natuurlijke evolutie in de gaten houden zodat soorten zich kunnen blijven aanpassen aan veranderingen in hun omgeving.